Veel gestelde vragen

FAQ

Wij kunnen ons voorstellen dat er vragen zijn. Daarom hebben we er een aantal onder elkaar gezet en beantwoord. Is er nog iets onduidelijk of wil je meer weten, neem contact met ons op.

Het Rijk en de regio hebben de ambitie om het nationaal en internationaal spoorvervoer verder te laten groeien. Daarvoor zal eerst meer capaciteit gecreëerd moeten worden in de Schipholspoortunnel.  
Daarbij ontwikkelt de Metropoolregio Amsterdam zich in hoog tempo. Er komen meer inwoners, bedrijven en reizigers. Door deze sterke groei staat de bereikbaarheid steeds meer onder druk. Het OVAH-project onderzoekt verschillende alternatieven (OV-oplossingen) om het openbaar vervoer tussen Amsterdam en Haarlemmermeer te verbeteren en de beschikbare capaciteit in de Schipholspoortunnel te vergroten.  

  • De drukte oplossen rondom de Schipholspoortunnel en het landelijk spoornetwerk om het OV-toekomstbeeld 2040 mogelijk te maken;  
  • Het verminderen van drukte op de stations Schiphol Airport en Amsterdam Zuid;  
  • Het verbeteren van de OV-bereikbaarheid voor nieuwe woon- en werklocaties (o.a. de Zuidas, het Schinkelkwartier, Badhoevedorp Zuid, en bij station Hoofddorp).  
  • Meer internationaal treinverkeer mogelijk maken.  

1. Nieuw Bus Rapid Transit (BRT) netwerk met een hoofdroute die uitwaaiert naar meerdere bestemmingen.    

2.1Airport Sprinter Plus. Nieuwe treinverbinding via een lange tunnel met hoogfrequente Airport Sprinters tussen station Amsterdam Centraal en station Hoofddorp.  
 
2.2City Sprinter. Nieuwe treinverbinding via een korte tunnel met hoogfrequente City Sprinters tussen station Amsterdam Centraal en station Hoofddorp. Deze ov-oplossing zit tussen een reguliere trein en een metro en stopt vaker onderweg dan de Airport Sprinter Plus.      

3.1 Verlenging metro tot Schiphol grotendeels bovengronds.  
 
3.2 Verlenging metro tot Hoofddorp via een ondergrondse tunnel op Schiphol.    

De initiatiefnemers voor de MIRT Verkenning ov-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer (OVAH) zijn de volgende acht opdrachtgevers: gemeente Amsterdam, gemeente Haarlemmermeer, de provincie Noord-Holland, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Vervoerregio Amsterdam, Schiphol, Schiphol Area Development Company (SADC) en de NS. De projectorganisatie OVAH voert de opdracht uit. De opdrachtgevers laten zich adviseren door: ProRail, KLM, GVB, Connexxion en Rijkswaterstaat. 

Volgens de planning worden de onderzoeken in de zomer van 2026 afgerond. Na de zomer 2026 komen het verkenningenrapport, ontwerpbesluit voorkeursalternatief en plan-MER ter inzage. Je hebt dan zes weken de tijd om een zienswijze in te dienen.    
 
De definitieve MIRT-voorkeursbeslissing wordt in het najaar van 2026 genomen. Daarin zijn de zienswijzen verwerkt. In het voorjaar van 2027 leggen partijen de gemaakte afspraken vast in een bestuursovereenkomst.  

Als het definitieve voorkeursalternatief is vastgesteld en er is voldoende budget, start de volgende fase van het project: de planning- en studiefase van het MIRT. In die fase worden het voorkeursalternatief gedetailleerder uitgewerkt en wordt de bouw ervan voorbereid. Daarbij wordt er onder andere gekeken naar benodigde vergunningen, gronden die aangekocht moeten worden en hoe met aannemers afspraken gemaakt kunnen worden over de bouw. Ook in die fase is ruimte voor participatie.  

Dat is nog niet precies bekend, maar er wordt uitgegaan van eind 2045. Dit is met name afhankelijk van of er dan voldoende beschikbare financiële middelen zijn om de ov-uitbreiding te bekostigen. Eind 2026 wordt een definitieve keuze gemaakt voor één van de ov-oplossingen. Deze oplossing wordt daarna verder uitgewerkt.  

De kosten zijn sterk afhankelijk van de ov-oplossing die uiteindelijk gekozen wordt. De huidige inschatting komt erop neer dat er in totaal € 4 tot7 miljard nodig is voor de ov-verbinding, afhankelijk van de lengte van het tracé en nadere uitwerking. Dit gaat om de variant bovengrondse metro.   
 
De betrokken partijen maken in een bestuursovereenkomst afspraken over hoe de financiering geregeld wordt. Ook de regionale partijen (gemeente Amsterdam, gemeente Haarlemmermeer, Royal Schiphol Group, NS, SADC, provincie Noord-Holland en VRA) dragen substantieel bij aan de investering.  

Er vindt afstemming plaats met een aantal raakvlakprojecten. Dit zijn onder andere:ZuidasDok, het onderzoek parallelstructuur A4, een derde perron Amsterdam Zuid (randvoorwaardelijk voor het project), de Multimodale Knoop Schiphol, de gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier en de ontwikkeling van het stationsgebied Hoofddorp.  

Voor het project wordt een overzicht bijgehouden van risico’s die de voortgang of kwaliteit van het onderzoek kunnen beïnvloeden. Dit overzicht wordt periodiek met de betrokken partijen gedeeld. Het overzicht kan aan verandering onderhevig zijn en wordt daarom regelmatig bijgewerkt aan de hand van nieuwe inzichten. Binnen het project wordt dan ook actief gestuurd op de beheersing van de belangrijkste risico’s.   
 
Enkele belangrijkste risico’s die momenteel in beeld zijn, hebben betrekking op de zienswijzen en de besluitvorming. Als het aantal of de complexiteit van de zienswijzen veel omvangrijker of complexer is dan is aangenomen, kan dat ervoor zorgen dat mijlpalen niet gehaald worden. Er is dan meer tijd nodig om alle reacties op een goede manier te beantwoorden. Dit risico deed zich voor bij de inspraak op de ontwerp-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (voorjaar 2024) en op de ontwerp voorkeursbeslissing, inclusief onderzoeksresultaten (najaar 2026).   
 
Daarnaast vormt de tijdige besluitvorming tussen de verschillende betrokken partijen een risico. De samenwerking bestaat uit veel partijen die verschillende belangen kunnen hebben en/of anders naar mogelijke oplossingen kijken. Daarom is het zaak om de discussie en uiteindelijk de besluitvorming over de resultaten van het onderzoek goed voor te bereiden. Zo moet voorkomen worden dat de beoogde mijlpaaldata niet gehaald worden.  

Ja, voordat er besluiten genomen kunnen worden over de mogelijke oplossingen ter verbetering van het openbaar vervoer tussen Amsterdam en de Haarlemmermeer, wordt onderzoek gedaan naar de effecten op het milieu van die oplossingen. Dit gebeurt door middel van een mer, ofwel milieueffectrapportage.

Schiphol werkt aan plannen om de vierkante meters op de luchthaven weer in lijn te brengen met het (toekomstig) aantal passagiers. Er liggen meerdere scenario’s op de tekentafel, waaronder de ontwikkeling van Schiphol Noordwest. In de OVAH-plannen nemen we alleen vastgestelde plannen en beleid mee in de uitwerking en nemen we deze ontwikkeling vooralsnog dus niet mee. We zorgen er echter wel voor dat door onze plannen ruimtelijke ontwikkelingen rondom de luchthaven niet onmogelijk worden gemaakt. Daarnaast nemen we deze ontwikkelingen wel mee in gevoeligheidsanalyses zodat we een beeld hebben van de effecten die een dergelijke ontwikkeling zou hebben.  

Het OVAH-project beoogt het oplossen van huidige en toekomstige knelpunten in het openbaar vervoer tussen Amsterdam en Haarlemmermeer. Daarbij wordt uitgegaan van staand beleid: de afspraken die op dit moment al zijn gemaakt over het aantal vluchten op Schiphol. Het stimuleren van de groei van Schiphol is dan ook geen doelstelling van het OVAH-project.  

Momenteel bevinden we ons in de Verkenningsfase van dit project. In deze fase onderzoeken we vijf zogenaamde basisalternatieven, waarbij we nauwkeurig kijken naar factoren als het effect op het milieu, de kosten, de bereikbaarheid en de haalbaarheid. De resultaten van deze analyses zullen vervolgens worden gebruikt door de bestuurders om een voorkeursalternatief te kiezen.  

Hoewel een extra halte in Badhoevedorp op dit moment niet is opgenomen in de Verkenningsfase, betekent dit niet dat de mogelijkheid daarvoor definitief van tafel is. We onderzoeken in deze fase de bereikbaarheid van het gebied vanuit de verschillende alternatieven. Verder brengen we in beeld wat de effecten zijn van een extra halte bij Badhoevedorp in het onderzoek Kansrijke Aanvullingen.  

Wanneer het voorkeursalternatief is gekozen, zullen we specifiek kijken naar de haalbaarheid van een extra halte in Badhoevedorp.  

Het eindrapport van de Verkenningsfase, dat naar verwachting in de zomer van 2026 gereed zal zijn, bevat ook de uitkomsten van dit onderzoek. Wij hopen op dat moment meer duidelijkheid te kunnen geven over de mogelijkheden voor een extra halte in Badhoevedorp.

De exacte data en meer informatie over bijeenkomsten worden op de OVAH-website gepubliceerd. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Amsterdam en Hoofddorp. U hoeft zich niet aan te melden als u kunt langskomen. Als u online wilt meeluisteren, dan kunt u zich aanmelden via de website ovamsterdamhaarlemmermeer.nl. U ontvangt dan een toegangscode.

Alle belanghebbenden worden via bijeenkomsten, website en nieuwsbrief desgewenst geïnformeerd. Via een huis aan huis te verspreiden brief worden bewoners in het plangebied op de hoogte gesteld.

Het OVAH-project wordt uitgevoerd volgens een zogenaamde MIRT-procedure. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hanteert een MIRT-procedure om besluiten over grote nieuwe hoofdinfrastructuren of aanpassingen aan bestaande hoofdinfrastructuren mogelijk te maken. Een hoofdinfrastructuur is een voorziening die dient voor (inter)nationaal belang. Zie voor meer informatie de website van de Rijksoverheid 

Een MIRT-opgave begint bij een knelpunt of een vraag waarvoor een oplossing nodig is. Alle MIRT-opgaves doorlopen een specifieke procedure. Dit gebeurt in 4 fasen: 

  1. Voorbereidingsfase; 
  2. Verkenningsfase; 
  3. Planning- en studiefase; 
  4. Aanlegfase. 

Het project bevindt zich in de verkenningsfase. Deze verkenning loopt door tot 2026. Op de afbeelding ‘Fasering van de MIRT– OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer’ maken we inzichtelijk hoe de fases verlopen. 

De MIRT-verkenningsfase sluit af met het nemen van een voorkeursbeslissing. Dit wordt een voorkeursbeslissing voor het OV-traject dat vanuit de MIRT-verkenning als meest kansrijk wordt geacht om verder uit te werken in de volgende fase. Het Bestuurlijk Overleg MIRT (BO MIRT) stelt deze voorkeursbeslissing vast. De betrokken bestuurders besluiten dan ook of de volgende fase van het project van start kan gaan.  

Voor overige vragen kunt u een mail sturen naar info@ovamsterdamhaarlemmermeer.nl of bellen met 085 060 9449.

Het Rijk en de regio werken samen om ons openbaar vervoer sterker te maken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom het verbeteren van het openbaar vervoer tussen Amsterdam en Haarlemmermeer? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.

Heb je een vraag over de OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer?

Kijk eens bij onze

Zit je vraag er niet bij? Mail ons direct