Van links naar rechts: Eskeline van den Kieboom, Paul van der Zee, Maike Kerkvliet 

Milieueffecten in beeld.
Zo werkt het onderzoek voor OVAH.

Milieu is veel breder dan veel mensen denken. Voor het project ‘OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer’ (OVAH) wordt daarom uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten op de omgeving. Drie experts leggen uit hoe dat werkt. 

Het projectteam OVAH onderzoekt vijf alternatieven voor een nieuwe ov-verbinding aan de zuidwestkant van Amsterdam. Om te bepalen wat de beste optie is, voert de projectorganisatie verschillende onderzoeken uit. Een van de onderzoeken is het in kaart brengen van de milieueffecten van de nieuwe verbinding met een Plan-MER (milieueffectrapport). Eskeline van den Kieboom, Maike Kerkvliet en Paul van der Zee leggen uit hoe dat werkt. 

“Het doel van het Plan-MER is helder. Het gaat erom milieubelangen een volwaardige rol te geven in de besluitvorming,” vertelt Maike. “Maar milieu moet je hier breed zien. Het gaat niet alleen om natuur of luchtkwaliteit, maar ook om bijvoorbeeld verkeer en veiligheid.” Dat klinkt misschien verrassend. “Vroeger ging het vooral over lucht, water, geluid,” legt Paul uit. “Tegenwoordig kijken we naar de hele leefomgeving. Eigenlijk is het meer een omgevingsrapport dan alleen een milieustudie.”

Beoordeling op zes thema’s 
In het Plan-MER worden de alternatieven beoordeeld op zes thema’s: verkeer en verkeersveiligheid, bodem en water, natuur en biodiversiteit, duurzaamheid, leefomgevings-kwaliteit, ruimtelijke kwaliteit.  

Naast de omgevingseffecten is in het plan-MER ook de toetsing op het behalen van de doelen van het project OVAH opgenomen. Deze doelen zijn: het mogelijk maken van meer (inter)nationale treinen, de drukte op de treinstations Schiphol Airport en Amsterdam Zuid verminderen en toekomstige woon- en werkplekken beter bereikbaar maken met het ov.   

“Wij wegen de resultaten niet,” benadrukt Paul. “We brengen zo objectief mogelijk de effecten in beeld. De afweging is uiteindelijk aan de bestuurders. “Het Plan-MER geeft de feiten, en bestuurders maken de keuze”, aldus Maike.

Van data naar inzicht 
Het Plan-MER is het resultaat van veel onderzoek en data. “Belangrijke input zijn de technische ontwerpen van de alternatieven en de bereikbaarheidsstudie,” vertelt Eskeline. “Daarbij gebruiken we verkeersmodellen om te zien hoe het ov-systeem straks functioneert.” Daarnaast wordt veel gebruikgemaakt van bestaande data, bijvoorbeeld over kwetsbare natuurgebieden of archeologische waarden. “Elk thema heeft zijn eigen bronnen. Die informatie combineren we en toetsen we per alternatief.” Om de effecten van de nieuwe ov-verbinding duidelijk te krijgen wordt een vergelijking gemaakt tussen de situatie in 2040 zonder en mét de nieuwe ov-verbinding. “Dan zie je echt de gevolgen van het project en kun je het beste beslissingen nemen”, zegt Maike.

Geen duidelijke winnaar 
Leidt zo’n uitgebreide vergelijking tot één duidelijke winnaar? Niet per se. “Het beeld is genuanceerd,” zegt Maike. “Op sommige aspecten scoren alle alternatieven vergelijkbaar, op andere zie je wat verschillen.” Wel zijn er trends zichtbaar. “Alternatieven die langer ondergronds gaan, hebben over het algemeen minder gevolgen op de omgeving,” legt ze uit. “Maar dat is dus maar één aspect. Want een korter alternatief bovengronds zorgt dan bijvoorbeeld weer voor minder gebruik van materiaal, wat vanuit duurzaamheid beter is, en laat een deel van het gebied ongemoeid. 

Reageren op het Plan-MER 
Wanneer het Plan-MER klaar is, ligt het zes weken ter inzage. In die periode kan iedereen reageren. “Zienswijzen kunnen over van alles gaan,” zegt Paul. “Bijvoorbeeld dat mensen vinden dat bepaalde effecten beter bekeken moeten worden.” Die reacties verdwijnen niet in een la. “We beantwoorden ze allemaal en ze worden meegenomen in de besluitvorming,” legt hij uit. “Dat kan leiden tot aanpassingen en soms tot aandachtspunten voor de volgende fase.” Daarnaast kijkt ook een onafhankelijke commissie mee. “Die toetst of alle essentiële informatie aanwezig is om een goed besluit te kunnen nemen.”

Blijven we naar de effecten kijken? 
Is het onderzoek naar de milieueffecten dan klaar? Ja en nee. “Voor deze fase wel,” aldus Eskeline. “Maar in de volgende fase komt er een Project-MER. Daarin worden de milieugevolgen van het voorkeursalternatief nog gedetailleerder uitgewerkt.” Zo blijven de effecten op de omgeving gedurende het hele project een rol spelen. 

“De uiteindelijke keuze wordt nooit alleen op milieu gebaseerd,” besluit Paul. 

De resultaten van het Plan-MER worden samen bekeken met andere onderzoeken, bijvoorbeeld naar verkeer, kosten en techniek. Zo ontstaat een totaalbeeld waarop bestuurders hun keuze baseren. 

 


 

Over Maike Kerkvliet 
Manager planproducten vanuit IB-1 (de combinatie Arcadis, Antea Group, Posad Maxwan en Twynstra Gudde). 

Over Paul van der Zee 
Senior projectleider plan-MER en bestuursrechtelijk adviseur OVAH 
Zelfstandig mer- en bestuursrechtelijk adviseur – VanderZee Procesmanagement & Consultancy 
Inmiddels 35 jaar werkzaam in het werkveld van mer-en. 

Over Eskeline van den Kieboom 
Omgevingsmanager.

 


 

Meer informatie
Heb je naar aanleiding van dit bericht vragen, neem dan contact op via  info@ovamsterdamhaarlemmermeer.nl

Heb je een vraag over de OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer?

Kijk eens bij onze

Zit je vraag er niet bij? Mail ons direct